Zindelijkheidstraining

Zindelijkheidstraining

Voor de eerste keer een blog schrijven en wat voor één!  Eentje voor Nathalie van Snuggles and Dreams.  Ik ben Zahra, trotse mama van twee dochters en ik ben kinesitherapeut/osteopaat gespecialiseerd in bekkenbodemreëducatie en perinatale kinesitherapie.  Check zeker mijn website www.kinezahra.be, want kindjes met pipi en kaka problemen komen bij mij, maar ik behandel ook vrouwen en mannen met plas, stoelgangs- en/of seksuele problemen.  

De mama’s die bij mij in behandeling zijn, hebben regelmatig een heleboel vragen over het slaapgedrag van hun mini’s. Dankzij het volgen van de blog van slaapcoach Nathalie heb ik bovenop mijn kennis superveel bijgeleerd over slaap en dit zijn ook de eerste adviezen die ik altijd meegeef. 

Maar nu het onderwerp van deze allereerste blog: zindelijkheid.  Jawel, een onderwerp waar sommige ouders de kriebels van krijgen.  Zindelijkheidstraining gaat vaak gepaard met frustraties, ongelukjes en veel vragen, vooral vééél vragen.  Wat is de beste methode?  Moet ik wachten tot de verzorgsters van de creche starten met het trainen?  En wat als mijn kindje niet zindelijk wordt? Noélie, het schattige dochtertje van Nathalie, toonde enkele tekenen dat ze rijp is om te starten met de zindelijkheidstraining en samen gingen ze aan de slag met de ‘3 day potty training’ van Lora Jensen, lees hier hun verhaal.  Maar wanneer is een kindje nu eigenlijk echt klaar om te starten?

21 rijpheidssignalen

In de literatuur worden 21 rijpheidssignalen beschreven. Wablief? Misschien even verduidelijken: rijpheidssignalen zijn vaardigheden en kenmerken die samenhangen met de ontwikkeling van het kindje en dus observeerbaar en herkenbaar zijn voor ouders en zorgverleners.

Ik ga deze 21 signalen niet opsommen, want dit lijkt me veel te saai.  Ik heb wel geprobeerd om ze op een duidelijke manier te groeperen.  Je hebt ten eerste motorische vaardigheden, zoals het kindje moet zelfstandig kunnen stappen, stabiel en vooral voldoende lang stil kunnen zitten op een stoel of op een potje, het kunnen aan- en uitdoen van kledij, kleine voorwerpen kunnen oprapen, …  Vervolgens heb je een aantal kenmerken gelinkt aan het uitrijpen van het zenuwstelsel, zoals geen stoelgang ’s nachts, droog zijn tijdens het middagdutje en dus het groter worden van de blaascapaciteit.  Verder leert je kind ook bepaalde concepten zoals het sorteren van voorwerpen en dit is noodzakelijk om te kunnen begrijpen dat pipi en kaka in een potje horen.  Het kunnen nee zeggen is één van de principes dat een kindje leert, als teken van onafhankelijkheid. En ja, peuters en de “ik ben twee, ik zeg nee” fase kennen we allemaal wel!  Kindjes leren ook commando’s te begrijpen en uit te voeren.  Ze zijn superfier op de nieuwe dingen die ze kunnen.  En ze beginnen alles na te doen, het zijn soms echte kleine papegaaien. Tot slot zijn een aantal rijpheidssignalen rechtstreeks gelinkt aan de potjestraining: de begrippen pipi en kaka begrijpen en kennen, interesse tonen in het potje, vragen om ververst te worden, aangeven wanneer ze pipi of kaka moeten doen of gedaan hebben, …

Starten rond de leeftijd van 2 jaar

Als een kindje een aantal van deze rijpheidssignalen toont, is het klaar om te starten met de zindelijkheidstraining.  Starten kan vanaf 18 maanden, rond de leeftijd van 2 jaar is de richtlijn. Het is dus niet nodig om te wachten tot in de creche gestart wordt met de zindelijkheidstraining.

Te vroeg starten is geen probleem tenzij met een te strenge aanpak.  Soms duurt de training en het leerproces, want eigenlijk is het dat, wat langer.  Het is een leerproces voor het kindje, maar ook voor de ouders.  Een kindje moet leren voelen wat aandrang is en moet leren anticiperen op deze signalen, leren uitstellen indien geen sociaal aanvaardbare plaats om pipi of kaka te doen en leren te lozen wanneer dit wel kan.  De ouders moeten het kindje leren vertrouwen dat hij of zij op tijd naar het potje zal vragen.  En ja, de eerste dagen is dit spannend.  Kunnen we de deur uit?  Hoe lang kunnen we op stap zonder potje?  En wat bij een accidentje? Nathalie vertelde dat ze de eerste dagen niet naar buiten durfde, maar dit kan zeker wel.  Je kan voor bijvoorbeeld een pamper boven het onderbroekje aandoen, je kan een meeneembaar potje gebruiken (zelf nooit gebruikt, ik hou niet zo van sleuren met dingen als je op stap gaat) of het potje van thuis meenemen in de de auto.

Te laat starten (na 32 maanden) is minder ideaal, want dan zien we wel meer problemen zoals blijvende natte broekjes overdag, meer urineweginfecties, meer weigeren om stoelgang op het potje te maken, …

Kindje is rijp, en nu?

Paniek?! Met welke methode ga ik aan de slag? Er zijn ontzettend veel methodes beschreven, methodes die meer gericht zijn op de ouders, methodes die meer gericht zijn op het kind, …  Maar helaas bestaat geen kant-en-klare recept om jouw kindje zindelijk te krijgen!

Eerste stappen zijn potje en onderbroekje introduceren, veel boekjes over potjes lezen en kindje laten observeren als jezelf naar het toilet gaat. Laat ze mee kijken naar de intieme delen van mama, van papa, leg uit wat er gebeurt, pipi, kaka, benoem alles…  Imitatie is een heel belangrijke factor in het leerproces bij peuters.

De oudergerichte methode gaat het kindje telkens op bepaalde tijdstippen op het potje zetten, maar zo leert een kindje niet voelen wanneer hij of zij echt moet plassen.

De kindgerichte methode stimuleert het kindje te anticiperen op de signalen van de blaas en de darmen.  Zo is ook de methode van Lora Jensen, er zijn nog meerdere methodes beschreven.  Ik ga ze niet opsommen, als ouder moet je volgen waar je u zelf goed bij voelt.  Het positieve aan de methode van Lora Jensen is wel dat ze benadrukt “als je pipi moet doen, moet je het mama zeggen” en niet “moet je pipi doen” of niet “zullen we eens een plasje proberen”.  En uiteraard gaat dit gepaard met accidentjes!  Maar niet straffen, niet boos zijn, rustig blijven, … en opnieuw proberen.  Kindjes jonger als twee jaar zijn moeilijk te belonen met stickers enz…  Ze zijn wel apetrots bij een groot applaus.  Vanaf 2 jaar of iets ouder begrijpen ze meer het concept van beloning en is dit wel zinvol. Ook tof dat ze de kindjes met billetjes bloot laat oefenen, ik ben hier van overtuigd dat ze zo het beste leren voelen!  En ze zijn zo schattig als ze met hun bloot poepje rondlopen!

Langs de andere kant weet ik niet of 3 dagen een realistisch doel is, dit lijkt me snel. Zeker als je weet dat de gemiddelde duur van een succesvolle zindelijkheidstraining 5 tot 9 dagen is.  Ook ’s nachts onmiddellijk pampertje uit, is te vroeg. 

En wat dan ‘s nachts?

Dit is de laatste stap in het hele zindelijkheidsproces.  Kindjes worden eerst zindelijk voor stoelgang ’s nachts, dan voor stoelgang overdag, vervolgens voor urine overdag en als allerlaatste ’s nachts, meestal rond de leeftijd 4-5 jaar. Vanaf de leeftijd van 6 jaar verwachten we dat kinderen droog zijn ’s nachts.  Kinderen die op latere leeftijd bedplassen zijn meestal hele diepe slapers, ze worden niet wakker, van niks en voelen dus ook de signalen van een gevulde blaas niet. 

Om een kindje te helpen droog worden ’s nachts, worden eerst de drinkgewoontes onder de loep genomen.  Kinderen drinken vaak te weinig op school. En ja, hier wordt weinig aandacht besteed met allerlei problemen tot gevolg.  Kinderen hebben grote dorst als ze thuis komen van school en beginnen te drinken. Deze vochtinname moet natuurlijk verwerkt worden en zo wordt meer urine geproduceerd in de loop van de nacht.  Ook het drinken en eten van melkproducten ’s avonds, het drinken van fruitsap, frisdrank, en zeker cola en ice tea (en koffie en alcohol voor volwassenen) zijn boosdoeners en hebben een negatief effect op het bedplassen en nachtelijke urineproductie.  Ook fruit als dessert of veel groenten bij de maaltijd, wat natuurlijk heel gezond is, bevatten extra veel vocht! 

Kinderen ’s nachts droog trainen is het meest succesvol door een combinatie van een drinkschema met beperkte vochtinname na 17 uur, een plasschema en eventueel blaastraining om blaascapaciteit te vergroten én een plaswekker. Liefst onder begeleiding van een bekkenbodemtherapeut! De plaswekker slaagt alarm als enkele druppeltjes in een speciale onderbroek terecht komen, het kindje leert wakker worden en minder diep slapen om te anticiperen op de vulling van de blaas.

Een mogelijke (toch frequente) onderliggende oorzaak is constipatie, zowel bij kindjes die vanaf de leeftijd van 4 jaar nog regelmatig natte broekjes of veegjes hebben, maar ook bij kindjes met bedplassen.  

Enkele alarmtekens van constipatie zijn buikpijn, harde of pijnlijke stoelgang, veegjes of hoopjes stoelgang in de broek,… Ten eerste is het bij constipatie belangrijk om voldoende drinken, waar het dus vaak fout loopt! Ten tweede is het stimuleren om meer vezels, groenten (niet altijd gemakkelijk bij slechte eters!) en fruit te eten van belang en om vééél te bewegen!

Doorverwijzing?

In sommige gevallen is het nodig om huisarts of pediater te contacteren.  Zo kan het kindje eventueel doorverwezen worden naar specialisten of naar bekkenbodemkiné, ik dus!

Bekkenbodemkiné voor kindjes?  Ja, zeker en vast!  Mijn rol is heel veel informatie te geven, een beetje aan de ouders, en nog meer aan het kindje zelf!  Vervolgens gaan we aan de slag met behulp van plas- en drinkschema, stoelgangskalenders, superplassen, bekkenbodemspieroefeningen (aangepast aan kindjes), ontspanning, enzovoort, … Kindjes zijn supertrots als ze vooruitgang boeken en ook de ouders zijn heel dankbaar. Want hoe je het ook draait of keert ‘niet zindelijk zijn’ heeft altijd gevolgen voor de psyche van het kindje en voor de ouders en het gezin!

Voor meer informatie: check mijn website: www.kinezahra.be, stuur mij een email info@kinezahra.be, of volg mij op Instagram kine_osteo_zahra en op Facebook KineOsteoZahra

Dit bericht heeft 1 commentaar

Geef een reactie