Help mijn kind stottert!

Help mijn kind stottert!

Help mijn kindje is plots beginnen stotteren. Ongelooflijk hoeveel telefoontjes er op deze manier beginnen. Het is belangrijk om te weten dat je hierin niet alleen bent. Mijn naam is An Luytens,  ondertussen al meer dan 10 jaar logopedist en gespecialiseerd in stotteren en stem. Ook verdiep ik  mij in slikstoornissen en neurogene communicatiestoornissen.

Een kindje dat plots begint te stotteren kan best wel voor wat paniek zorgen bij ouders. Een onbekend iets verstoord immers het spreken van hun kind. Maar is die paniek zo terecht?

Eerst en vooral is het belangrijk om te weten dat zeer veel kindjes op peuter-/kleuterleeftijd een onvloeiende fase doormaken. De taal en spraak zijn op dat moment volop in ontwikkeling. Hierdoor is de timing tijdens het spreken al wel eens even mis.

Stotteren ontwikkelt zich bij ongeveer 5% van de kinderen (op jonge leeftijd). Maar als je weet dat slechts 1 % van de bevolking stottert, is het dus ook niet onlogisch dat bij vele kindjes deze onvloeiendheden ook opnieuw verdwijnen. ( zo een 80%)

Ontstaan?

Meestal ontstaat stotteren dus al op jonge leeftijd. Tussen 2 en 4 jaar. Bij meer dan de helft van de kinderen ( 60%) begint het stotteren geleidelijk aan. Ongeveer 40% start met plots stotteren.

Waarom begint iemand nu te stotteren?

De exacte oorzaak van stotteren is nog steeds niet helemaal gekend. Wel weten we dat er een genetische factor aanwezig kan zijn. Dit betekent dat er meer kans is dat je kindje gaat stotteren als ook andere familieleden stotteren. Het is een universeel verschijnsel. En komt dus overal ter wereld voor.

De verdere ontwikkeling van stotteren:

Het stotteren kan zich herstellen of blijven bestaan. Bekend is ook dat hoe hoger de ernstgraad van het stotteren is, hoe minder kans er is op een (volledig) herstel. Er stotteren ook minder meisjes dan jongens. Jongens hebben meer kans op stotteren en ook minder kans op herstel dan meisjes.

Wat is stotteren nu net?

We kunnen stotteren indelen in 3 grote groepen. Deze kunnen afzonderlijk of gecombineerd voorkomen in de spraak.

Herhalingen :  ma ma ma mama

Verlengingen:  ik zzzzzzzzzit op mijn stoel.

Blokkeringen:   kijk, een p.poes.

Maar er kunnen ook veel andere zaken de kop opsteken. Dit zijn de zogenaamde secundaire gedragingen. Dit kunnen verbale en non verbale reacties zijn op de onvloeiendheden (zoals boos worden of beginnen wenen) of uitstellen of vermijden om iets te vertellen of iets doen om uit de stotter uit te geraken (= start-/duwgedrag).

Wat te doen?

TIPS:  

Merk je dat je kindje stottert?  Dan kan je zelf al een aantal zaken doen:

  • Allereerst is het belangrijk om een neutrale houding aan te nemen t.o.v. het spreken/de stotters van je kind. Let erop dat je geen grimassen vertoont of geen verbalen uitingen (opmerkingen) maakt. Laat dus niet merken dat er iets “anders” gebeurt.
  • Neem de tijd om goed te luisteren. Maak hierbij ook oogcontact.
  • Praat zelf langzaam en rustig, houd pauzes en wacht tijdens een gesprek een moment vooraleer je reageert op het kind.
  • Praat zelf in korte zinnen en met eenvoudige woorden. Op deze manier ga je vanzelf ook langzamer praten.  
  • Blijf rustig luisteren, ook als een kind stottert. Probeer je te concentreren op wát het kind zegt en niet alleen op hóe het dat zegt.
  • Geef geen adviezen, zoals “praat maar rustig”, “zeg het eens langzaam”, “zeg het maar opnieuw” en “haal eerst eens diep adem”.
  • Wees voorzichtig met het oefenen van de uitspraak. Als een kind aanleg voor stotteren heeft, is het beter om voorzichtig om te gaan met het stimuleren van de uitspraak en het spreken. Soms is het zelfs beter dit een poosje achterwege te laten.
  • Stel niet te veel vragen, dit kan wat meer druk geven om snel te willen antwoorden, waardoor je de stotters in de hand kan werken.

Wanneer neem je best contact op met logopedist/stottertherapeut?

  • Wanneer je je als ouder zorgen maakt, is het sowieso aangeraden om even contact op te nemen met een stottertherapeut.
  • Ook als het stotteren langer aanhoudt dan 6 maanden is het aangewezen om dit verder te laten onderzoeken.
  • Als er al veel secundaire gedragingen aanwezig zijn op jonge leeftijd. Zeker wanneer je ziet dat het kind uit de stotter probeert te geraken door het maken van bijkomende geluiden en/of bewegingen.
  • Wanneer het kindje zich zelf al bewust is van de stottertjes. Er boos van wordt of minder door gaat praten…

De boodschap is vooral om zelf rustig te blijven en je te laten omringen door een therapeut met de nodige kennis. Een goed advies kan je al op de juiste weg zetten 🙂

Geef een antwoord