Help! Mijn peuter wil niet in zijn eigen bed slapen

eigen bed

 

Mama Baas vroeg recent mijn advies als slaapcoach over een vraag die ze van een mama hadden binnen gekregen op hun Instagram account @mamabaas. Ze goten mijn antwoord in een blogpost die je op hun website en hieronder kan terugvinden.

 

Gastmama Joyce zit met een slaapprobleem. Haar zoontje van 2,5 jaar wil niet (alleen) in zijn eigen bed slapen. Enkel als mama er mee inkruipt, gaat hij er ook in. Eens hij wakker wordt, verhuist hij meteen naar het bed van mama en papa.

 

Vraag

 

“We zitten met onze handen in het haar met onze peuter van 2,5 jaar. Hij probeert in zijn grote, eigen bed te slapen, maar wil er niet alleen in. Mama moet elke keer mee. Papa mag er ook niet in. Alleen ik moet met hem slapen.”

“Als hij slaapt , ga ik weg. Maar vanaf het moment dat hij wakker wordt, komt hij uit zijn bed en wil hij bij ons liggen. We krijgen hem dan met geen stokken meer weer in zijn eigen bed.”

“We sukkelen hier nu al een tijdje mee en hopen op een gouden tip.”

Mama Joyce

Antwoord van kinderslaapcoach Nathalie Schittekatte

 

Nathalie: ouders krijgen doorgaans het advies om de overgang naar een groot bed te maken rond de leeftijd van 2 jaar. Maar eigenlijk zijn heel wat peuters daar op dat moment nog niet klaar of rijp voor. Al lijkt het voor ons een heel normale ontwikkeling, toch is de stap van een geborgen babybedje naar een groot bed een erg grote verandering voor een kindje.

 

Vandaar dat het (in)slapen niet altijd vlot of zelfs moeilijk verloopt. Het is beangstigend voor je peuter. Je instinct zegt dan om bij je kindje te blijven. Je zegt niet: ‘zoek het maar uit, ik ben weg’. Dus je gaat erbij liggen, houdt het handje vast … Dat vindt je kind natuurlijk wel fijn. En het resultaat is dat hij of zij het nieuwe, grote, eigen bed associeert met mama en/of papa. Er is plaats genoeg, dus je kindje ziet niet in waarom het daar alleen moet slapen.  

 

8 tips om de stap naar een groot bed makkelijker te maken:

 

1. Maak de overgang naar een groot bed pas rond de leeftijd van 3 jaar

 

Wacht iets langer met het grote bed. Je hoeft ook niet per se je kindje in een groot bed te laten slapen, als er bijvoorbeeld een tweede kindje komt. Een groot bed is een stevige verandering. En op de leeftijd van 2 tot 2,5 jaar komen er sowieso (op korte tijd) al heel wat nieuwe dingen op je kindje af. Potjestraining, naar school gaan, misschien een broertje of zusje …

 

Ouders die bij mij komen aankloppen voor advies omdat hun 2-jarige peuter steevast uit bed komt bij bedtijd en ’s nachts, adviseer ik dan ook om terug de overgang te maken naar het babybedje. Dat lijkt een stap terug, maar slaap is bijzonder belangrijk en het is nagenoeg een mission impossible om een peuter van 2 jaar te leren om in zijn bedje te blijven liggen. Daarvoor beschikt zo’n kleintje nog over te weinig impulscontrole.

 

2. Bespreek en laat het geen verrassing zijn

 

Laat een groot bed nooit een verrassing zijn. Bespreek op voorhand met je kindje dat het vanaf nu in een nieuw bed zal slapen. Werk toe naar die grote stap.

 

3. Visualiseer

 

Leg de stap naar het grote bed uit, maar op het niveau van je kindje. Je kan het gevoel hebben dat je peuter jou in het dagelijkse leven al heel goed verstaat – en dat is ook wel zo – maar een verandering als deze verwacht erg veel van je dreumes. En dan gaat er toch vaak vanalles ‘verloren’.

 

Maak de overgang en de verwachtingen zichtbaar. Heeft je kindje een slaapwekker? Leg de bedoeling uit en toon hoe die werkt. Ga er al eens mee aan de slag. Haal afbeeldingen van het internet van slapende kindjes en bespreek die met je peuter.

 

4. Oefen met een rollenspel

Heeft je kindje een favoriete pop of lievelingsknuffel? Stop die dan een samen in – dat mag overdag. ‘Kijk, zo doen we dat.’ Sluip dan de kamer uit, doe zachtjes de deur dicht. Ga nadien pop of knuffel wekken. ‘Heb je lekker geslapen?’ en ‘Wauw, wat heb jij dat goed gedaan’.

Zo maak je duidelijk aan je kindje hoe het in elkaar zit en dat het meevalt. Al spelend leren kinderen heel veel. Vaak meer dan door ze iets met woorden uit te leggen.

5. Betrek je kindje

Kies samen met je kindje het bed. Ga bijvoorbeeld samen naar de winkel. Of selecteer al enkele afbeeldingen en laat je kindje kiezen uit jouw voorselectie – misschien handiger en minder kans op discussie dan samen winkelen ;-). Ook het beddengoed is iets waarbij je je kind kan betrekken.

Zorg voor voldoende geborgenheid in de kamer. Een cocon – een soort half tentje – over het bed kan helpen. In het begin geeft een bedhekje zeker de nodige rust. Een kindje dat uit het grote bed rolt, kan daardoor schrik krijgen om erin te slapen.

6. Kom tegemoet

Ga niet mee in bed liggen bij het inslapen. Dat wil niet zeggen dat je in het begin niet even bij je kindje mag blijven. Maar zoek een compromis: ga op de rand van het bed of op een stoel ernaast zitten. Je blijft dichtbij, maar geeft wel de duidelijke boodschap dat jouw plaats niet ín het bed is.

Protest in het begin is normaal! Maar probeer voet bij stuk te houden. Je denkt misschien ‘och, voor 1 keertje, morgen is een nieuwe dag en we proberen opnieuw’. Maar wat je kindje onthoudt, is dat zijn zin krijgt als hij of zij aandringt. En dringt de volgende dag gewoon nog wat langer aan. Tot je toegeeft.

In een tweede fase kan je zeggen dat je de kamer uitgaat, maar wel in de buurt blijft en regelmatig komt checken. Blijf even praten terwijl je in een andere kamer bent, ruim wat op … zodat je kindje weet dat je dichtbij bent. Dat geeft rust.

7. Wees consequent

Laat je kindje ’s nachts niet in jouw bed kruipen. Leg op voorhand goed en visueel (zie tip 3) uit wat de bedoeling is ’s nachts: ieder in zijn eigen bed. Zo weet je kind op voorhand hoe het zal lopen. Als je dat pas ’s nachts aanbrengt, is je peuter overdonderd. Het protest zal heviger zijn.

Je gaat ervoor. En blijf volhouden, want jullie hebben die afspraak gemaakt. Komt je kind uit zijn bed? Stop het er weer in. Ook al is het midden in de nacht en ben je moe – en wil je dus graag voor de oplossing kiezen met het minste weerstand.

Het kan zijn dat je dit in het begin meerdere keren per nacht moet doen. Neen, niet leuk … Maar zet door, want anders blijft het nog veel langer aanslepen.

8. Beloon

Een beloning na een goede nacht mag zeker! En dat hoeft niet met iets materieels te zijn, integendeel. Een aanmoediging werkt even goed. Zeg bijvoorbeeld: ‘je hebt dat prima gedaan en mama heeft super goed geslapen. Dus ik heb 10 minuutjes extra tijd vanmorgen om nog even met jou te spelen voor we vertrekken’.. Een beloningssysteem met stickers is ook vaak een winner.

Kindjes hebben in het begin veel nood aan beloning om gemotiveerd te raken of te blijven. En onderschat het effect van een mondelinge beloning niet. Mama en papa die trots zijn, dat is heel wat. Jonge kindjes hebben een heel grote ‘will to please’. Dus ze zijn trots op zichzelfj, als ze zien dat je jou blij maken.

Geef niet te veel aandacht aan het negatieve, maar focus op het positieve. Zet vooral in de verf wat je kindje wél goed doet. Dan krijgt het zin om dat te herhalen. Is je kindje ’s nachts verschillende keren op geweest, maar bleef het ’s ochtends mooi in zijn bedje liggen tot jij wakker was? Geef dan een dikke high five voor dat laatste. Dat is een eerste stap. Nadien werk je verder aan de volgende.

Vergeet vooral niet dat het volkomen normaal is dat je peuter zijn grenzen aftast en niet houdt van verandering. Ook al leek je peuter misschien aanvankelijk heel enthousiast over een groot bed, het is heel normaal dat hij het uiteindelijk toch spannend vindt. Erken die grote gevoelens en wees aanwezig voor je kleintje, zonder te veel toegevingen te doen die je nadien misschien weer moet rechttrekken. Want dat is voor niemand fijn.

Veel succes met deze tips!
Heb je het gevoel toch nog ergens tegenaan te lopen? Aarzel dan niet om een losse consultatie in te plannen, wij denken graag met jou mee!


Veel liefs,
Nathalie

Geef een antwoord

Deze site wordt beschermd door reCAPTCHA en het Google privacybeleid en servicevoorwaarden zijn van toepassing.